Vroeg, middenvroeg of laat ras?
Vroege rassen (Première, Annabelle, Nicola): poten maart–april, oogst juni–juli, klein en vastkokend. Middenvroeg (Charlotte, Désirée, Bintje): april, oogst juli–augustus, veelzijdig. Laat (Bintje, Santé, Agria): april–mei, oogst augustus–september, grote opbrengst en geschikt voor bewaring.
Bijzondere rassen: 'Blue Congo' (paars-blauwe schil én vruchtvlees), 'Vitelotte' (donkerpaars, nootachtig), 'Ratte' (lang, geel, boterachtig).
Snelle compost dankzij een dubbele kamer en eenvoudig rolsysteem.
Voorkiemen: 2–3 weken voorsprong
Begin 4–6 weken voor poten (begin februari voor aprilpoting). Leg pootaardappelen in een eierdoos, ogen omhoog, op een lichte koele plek (10–15°C, niet in volle zon).
Na 4–6 weken verschijnen stevige groene/paarse kiemen van 1–2 cm. Lange witte kiemen = te donker bewaard. Gevoorkiemde aardappelen geven 2–3 weken vroeger oogst en hogere opbrengst.
Rijke biologische potgrond met compost en mestkorrels.
Wanneer en hoe poten?
Grondtemperatuur minimaal 8°C op 10 cm diep. Vroege rassen eind maart–begin april (vlies bij nachtvorst), alle rassen veilig in april.
Graaf rijen of gaten van 10–15 cm diep, plantafstand 30–35 cm in de rij, 60–70 cm tussen rijen. Leg pootaardappel met kiemen omhoog en dek af zonder aandrukken.
Plantaardige formule, veilig voor de oogst.
Aanaarden: waarom en hoe?
Aanaarden = grond omhoog trekken rondom de stengels. Verplicht: voorkomt groene (giftige) aardappelen door lichtblootstelling én verhoogt de oogst.
Eerste keer als stengels 15–20 cm hoog zijn, laat 5–7 cm zichtbaar. Tweede keer 3–4 weken later. Trek grond met hak of schoffel van het pad naar de rij en maak een rug van 20–25 cm.
Aardappelen in zakken of tonnen
Ideaal voor kleine tuinen, terrassen en balkons. Speciale aardappelzakken met onderluik, fabric pots van 40–50 liter, of emmers met gaten in de bodem.
Vul de zak voor 1/3 met aardappelgrond, leg 2–3 pootaardappelen, dek af met 10 cm grond. Bij scheuten van 15 cm vul je bij, herhaal tot de zak vol is. Oogst door de zak te keren of via het luik. Opbrengst: 1–3 kg per zak.
Bemesting, water en Phytophthora
Werk rijpe compost door de grond vóór poten (geen verse mest, te veel N geeft blad i.p.v. knollen). Geen extra bemesting tijdens groei bij goede compostrijke grond. In potten: om de 3 weken vloeibare groentenmest.
Water bij bloei is cruciaal, dan vormen de knollen. Te veel water bij koude grond = rotting.
Phytophthora (aardappelziekte) is de grootste bedreiging in warme, vochtige periodes (juli–augustus). Bruine vlekken met gele rand, witte schimmel onderaan het blad. Preventie: resistente rassen (Sarpo Mira), gieten bij de voet, onderste bladeren verwijderen, gewasrotatie 3–4 jaar. Bij vroege aantasting: koperhoudende Bordeauxse pap.
Oogsten en bewaren
Vroege rassen: rond de bloei kun je al jonge aardappeltjes rooien. Late rassen: wacht tot het loof volledig afsterft, laat dan nog 10–14 dagen in de grond zitten voor stevige schil.
Rooien: steek een vork náást de plant, hef omhoog, laat aardappelen 2–4 uur drogen voor bewaren.
Bewaren: donkere koele kelder (4–8°C, 4–6 maanden), papieren zakken (8–12°C, 2–3 maanden) of aardappelkrat met zand (tot 6 maanden). Nooit in licht (groen), nooit in koelkast (zetmeel wordt suiker), nooit naast appels (ethyleen).
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die we vaak krijgen.
Wanneer poot ik aardappelen in België?
Kan ik gewone aardappelen uit de supermarkt poten?
Waarom worden mijn aardappelen groen?
Hoeveel oogst krijg ik per plant?
Kan ik aardappelen elk jaar op dezelfde plek telen?
Tot slot
Tuinieren is leren door doen. Begin klein, observeer veel en pas aan op basis van wat je tuin je vertelt. Volgende keer dat je twijfelt, kom dan gerust terug naar deze gids, we vullen ze regelmatig aan met nieuwe inzichten en lezerservaringen.


